Meer over ‘The Science of Art’ van V.S. Ramachandran

In een vorige blogpost was al een uitleg te vinden over het artikel ‘The Science of Art’ van Vilayanur Ramachandran en William Hirstein. In deze blogpost nog meer tekst en uitleg (inclusief links naar bronnen). Het is de bedoeling dat het Ramachandran-artikel (en de veroorzaakte ophef  en vermeende implicaties daaromtrent) mede als basis gaat dienen voor het uiteindelijke project ‘De Meeuwen van Nikolaas Tinbergen’.

Het baanbrekende artikel ‘The Science of Art’ komt voort uit een relatief nieuw onderzoeksgebied van de wetenschap, de neuro-esthetica: een wetenschap die technieken uit de neurowetenschap gebruikt om de esthetische ervaring te verklaren en te begrijpen. Het is een interdisciplinair onderzoeksgebied dat interesse heeft van veel neurowetenschappers, kunsthistorici, kunstenaars en psychologen. V.S. Ramachandran wordt gezien als een van de koplopers op dit gebied.

Het artikel doet dus een voorstel voor een wetenschappelijke onderbouwing van de waardering voor kunst  en stelt dat er zeven ‘regels’ zijn (in latere artikelen zijn er nog enkele toegevoegd) die kunstenaars bewust of onbewust toepassen in hun werk:

  1. Peak shift principe: als een rat een rechthoekige vorm krijgt aangeboden nadat hij een vierkante vorm kreeg aangeboden, zal hij daarna sterker reageren op een vorm die nog rechthoekiger is dan dan de vorige (in plaats van eenzelfde of minder rechthoekige). Dit is het principe achter de kracht van karikaturen: bepaalde eigenschappen worden overdreven ten koste van andere eigenschappen.
  2. Groepformatie: het automatisch zien van verbanden tussen losse onderdelen. Ramachandran noemt het voorbeeld van een modeontwerper die een bepaalde kleur op verschillende manieren terug laat komen (in de broek, het overhemd en de hoed bijvoorbeeld). Het brein heeft een automatische voorkeur voor groepsverbanden. Als een verband eenmaal is gelegd is het haast onmogelijk om dat verband vervolgens weer los te laten.
  3. Isoleren: ons visuele systeem heeft aparte modules voor vorm, kleur, diepte, beweging, enzovoort. Het brein zal zich automatisch concentreren op zo min mogelijk elementen die het meest treffend zijn. Dus concentratie op wat echt veelbelovend lijkt helpt om wijs te worden uit de enorme hoeveelheid signalen die we krijgen.
  4. Contrast: Het brein let automatisch op sprongen in helderheid. Die kunnen op contouren wijzen. Het visuele systeem herkent te midden van alle ruis die op ons netvlies valt een specifiek object en dat geeft een prettig gevoel.
  5. Afkeer van bijzonder gezichtspunt: Als bijvoorbeeld een geraamte van een kubus precies zodanig gekanteld wordt zodat het op een gelijkmatige zeshoek lijkt, blijkt dat de hersenen hier een soort automatische afkeer voor hebben en toch de voorkeur geven voor het zien van een ruimtelijke kubus. De hersenen gaan uit van het algemene geval, niet van de verwaarloosbaar kleine kans dat je een kubus als een zeshoek kunt zien.
  6. Puzzelen: Naakt dat schuil gaat achter een sluier vinden we spannender dan openlijk naakt: ons brein stimuleert het ontrafelen van ambigue taferelen.
  7. Kunst als metafoor: Deze regel is volgens Ramachandran verreweg het moeilijkst te verklaren. Een metafoor is een mentale tunnel die twee schijnbaar losstaande zaken met elkaar verbindt. Voor het functioneren van ons visuele systeem zijn ze van eminent belang. Doordat metaforen voorstellingen koppelen, ga je als brein economischer met de schaarse neuronen om. Maar hoe dat precies zit, is nog onduidelijk.

Volgens Ramachandran is het hebben van een esthetische ervaring dus meetbaar en verklaarbaar. Toch verklaart dit nog niet waarom een kunstervaring voor iedereen verschillend is. Ramachandran lijkt ook hier in een interview in het  NRC Handelsblad (6 februari 1999) een voorzichtige verklaring voor te geven:

Wanneer je een sprekend plaatje bekijkt, krijgt het autonome zenuwstelsel via tussenstappen uiteindelijk een boodschap die je aanzet tot vechten, vluchten of liefhebben. Het gevolg is dat je gaat zweten waardoor je elektrische huidweerstand verandert. Dus is die huidweerstand een directe maat voor de emotionele beroering die een plaatje teweegbrengt. Nu zou je kunnen zeggen: waarom zo ingewikkeld, waarom vraag je het ze gewoon niet? Welnu, als je iemand naar zijn reactie vraagt, passeert het `echte’ antwoord eerst de nodige stations in de linkerhersenhelft. Die filteren, vervormen en, als het zo uitkomt, censureren de boodschap. Dat is precies de reden dat de meningen van kunstcritici over een bepaald schilderij zo uiteenlopen.

bronnen:

http://archief.nrc.nl/index.php/1999/Februari/6/Overig/47/Esthetische%20supervrouwen (abonnement nodig)

The Cognitive Science of Art: Ramachandran’s 10 Principles of Art, Principles 1-3

The Cognitive Science of Art: Ramachandran’s 10 Principles of Art, Principles 4-10

Hieronder een link naar het originele artikel van Ramachandran en Hirstein:

(The Science of Art – PDF)

Advertenties

One thought on “Meer over ‘The Science of Art’ van V.S. Ramachandran

  1. Pingback: Nieuwe deelnemers! « De Meeuwen van Nikolaas Tinbergen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s